Woluwe Museum – Albert Marinus Centrum

Activiteiten van het Woluwe Museum

  • Organisatie van tentoonstellingen die het erfgoed van Sint-Lambrechts-Woluwe, de decoratieve kunsten en design in de kijker zetten.

  • Behoud van de verzamelingen.

  • Algemene educatieve opdracht en publicatie van werken.

De geschiedenis van het Woluwe Museum in een notendop

Het ontstaan van het Roodebeekpark

In de 17e en 18e eeuw maakten de terreinen van het huidige Roodebeekpark deel uit van de hoeve Ten Steen, die ooit aan de Roodebeeksteenweg lag (ter hoogte van nummer 65) en tot 1773 aan de Brusselse Jezuïeten toebehoorde. In 1879 begon een landbouwer uit Roodebeek zand en steen te winnen op een van de percelen grenzend aan de huidige Karrestraat. De steile hellingen die vandaag nog te zien zijn in het lagere gedeelte van het park (tussen het gemeentemuseum en de Prinses Paolaschool) herinneren nog aan deze steengroeve.

De eigendom Devos

In 1884 kwam Émile Devos, een timmerman en ondernemer uit Brussel, in het bezit van een deel van de grond die door de steengroeve werd gebruikt. Hij werd aangetrokken door de landelijke omgeving van de heuvels van Roodebeek en bouwde er een klein huisje, dat aanvankelijk dienst deed als zijn buitenverblijf. In 1893 begon hij, samen met zijn eerste vrouw Caroline Van Hooste, zijn huis uit te breiden. Vanaf dat moment gaf hij het aan de buitenkant het uiterlijk van een bijzonder pittoresk Brabants plattelandsgebouw met trapgevels. Het interieur was versierd met fijn houtwerk (lambrisering, plafonds en open haarden) en de muren waren bedekt met Hollandse tegels. De tegels kwamen voornamelijk uit Makkum, een klein stadje in Friesland waar een familiebedrijf, dat nog steeds actief is, sinds de 17e eeuw de enige fabrikant ervan is.

Majolica Museum

Émile Devos maakte er al snel zijn vaste woonplaats van, zoals blijkt uit het feit dat hij zich in januari 1896 in onze gemeente domicilieerde. Hij was intussen weduwnaar geworden, maar hertrouwde in 1899 met een jonge tekstschrijfster, Lydie Bricoult. Samen met haar voltooide hij de bouw en de inrichting van het huis. Voor haar bouwde hij in 1912 de opmerkelijke rotonde, naast het huis en zichtbaar vanuit het park, waar regelmatig seances werden gehouden. Lydie Bricoult was namelijk een liefhebster van spiritisme, zoals dat hoorde in de gegoede kringen van de belle epoque! Émile Devos breidde zijn eigendom uit en plantte talrijke bomen die hij her en der in lanen en bosjes rangschikte. Er zijn vele soorten bomen, waarvan sommige heel gebruikelijk zijn voor onze streken, zoals de beuk, en andere, zeldzamer. Hij zal nooit ophouden dit prachtige beboste gebied te beschermen, vooral tegen de schadelijke dampen van de nabijgelegen steenfabrieken, die door de oostenwind op zijn eigendom worden geblazen.  

Sinds 1945

Na de Tweede Wereldoorlog kwam door een merkwaardig toeval het landgoed van Émile Devos samen met de eigendom van de schilder Constant Montald, die kleiner van omvang was. De twee families hadden geen directe erfgenamen. In haar testament schonk Lydie Bricoult, weduwe van Émile Devos sinds 1942, haar eigendom aan de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat het huis een museum zou worden en dat het park voor het publiek zou worden opengesteld. (Het zou in 1948 worden ingewijd.) De clausules van het testament worden van kracht in 1945, datum van overlijden van Lydie Bricoult. Constant Montald, weduwnaar sinds 1945, stierf ten gevolge van een verkeersongeval. Zijn enige erfgenaam, Jean Goffin, de neef van zijn echtgenote, verkocht de eigendom (met inbegrip van de villa, het park en de tuinen) aan de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe, die zo eigenaar werd van een opmerkelijk geheel van zowel artistiek als natuurlijk belang. Na vele veranderingen om het aan te passen aan zijn functie als museum, werd het Huis Devos in 1950 opengesteld voor het publiek. Gedurende een tiental jaren vonden er talrijke culturele evenementen plaats onder leiding van conservator Marie-Thérèse Van Eeckhout, folklorist Albert Marinus en Pierre Levie, schepen voor Schone Kunsten (1947-1955).   Van 2018 tot 2021 onderging het gebouw een grondige restauratie. Structurele problemen bedreigden de stabiliteit van het geheel en vereisten zware ingenieurswerken die het interieur van de conciërgewoning veranderden. Aan de buitenkant werden de gevels en daken in hun oorspronkelijke staat hersteld; ook het oorspronkelijke glazen dak werd gerestaureerd. De werkzaamheden binnen bestonden hoofdzakelijk uit het in conformiteit brengen van de technische elementen van het museum, met respect voor het monument.